Mode ABC – Letter Z

De letter Z

Zaanse stikwerk
Handwerktechniek waarbij het patroon in reliëf op de stof komt te liggen. 

Zadelmouw
Ruime mouw waarbij mouwdeel en schouderstuk uit één deel zijn gesneden. De naad loopt van de onderkant van het armsgat door tot de onderkant van de kraag, waardoor een soort jukstuk ontstaat. 

Zeefdrukken
Techniek om stof te bedrukken. 

Zijde 
Een dierlijke vezel die wordt gesponnen door de zijderups (moerbijvlinder). Zij spint zich in voordat zij in een pop, de overgangsvorm van rups to vlinder, verandert. Het gesponnen omhulsel heet cocon en bevat 2400m fraai glanzend draad. De rups spint twee draden, filamenten tegelijkertijd. Zijde is een zeer goede en gewilde stof, wat verklaarbaar is uit de volgende eigenschappen: het neemt snel en veel vocht op, het is de sterkste natuurlijke vezel en is zeer veerkrachtig, het heeft een redelijk warmte-isolerend vermogen, het is vezel en is zeer veerkrachtig, het heeft een redelijk warmte isolerend vermogen, het is bestand tegen verdunde zuren en niet te fel zonlicht, wordt niet schimmels en motten aangetast en is zelfdovend. De vezel is niet bestand tegen chloor, loog en grote hitte.

Zijsluiting
Een (rits)sluiting die meestal in de linker zijnaad van een japon is verwerkt en bij dunne stof voor een glad uiterlijk zorgt. 

Zuiver scheerwol
Een keurmerk met omschrijving van scheerwol die altijd vergezeld moet gaan met het wolbeeldmerk (en omgekeerd) van het international Wool Secretariet. Wie het wolmerk wil gebruiken, moet een overeenkomst aangaan met het keurmerk en zich aan een aantal voorwaarden houden. 

Mode ABC – Letter W

De letter W

Was etiket
Het voorschrift dat in textielproducten is genaaid en aangeeft hoe men deze in de was en tijdens het strijken moet behandelen zodat ze in optimale staat blijven. 

Waterafstoten
Effect na het impregneren met waterafstotende middelen; het resultaat is afhankelijk van soort grondstof, garen, binding en dichtheid van het weefstel. Een synthetische stof van garens met zeer veel dunne filamenten en voldoende stofdichtheid is zonder deze veredeling waterafstotend en bovendien waterdamp doorlatend. 

Weefstel
Een stof die bestaat uit draden die elkaar loodrecht kruisen. Elk weefstel heeft minstens twee garenstelsels, de kettingdraden (lengte van stof, erg lang) en de inslagdraden (de breedte van de stof). Een weefsel wordt vervaardigd op een weefgetouw. 

White tie
De heren dragen een rokkostuum, dit is een rokjas, een zwarte pantalon, een wit hemd met gesteven wit piqué vest met opstaande boord en witte strik. Allen bij zeer officiële gelegenheden komt deze dresscode voor. White Tie is de meest formele dresscode. een rokkostuum is avondkledij en wordt pas na 18 u gedragen. (Staats-) begrafenissen of koninklijke onderscheidingen, promoties en huwelijken in sommige kringen vormen hier een uitzondering op. De dames dragen eenlingen feestelijke avondjurk met groot decolleté met bijhorende lange handschoenen. 

White spread 
Kraag in overhemd 

Winddicht
Een eigenschap van overkleding die beschermt tegen koude wind. Waterdichte stoffen zijn ook winddicht. Daarnaast is een goede winddichte stof ook te verkrijgen door een dichte weefselstructuur, sterk vollen of door een behandeling met kunstharen. 

Wol
Een dierlijke textielvezel, afkomstig van de vacht van het schaap. Het is sterk gekroesde en geschubde vezel, afhankelijk van het ras van het schaap en het deel van de vacht. De ronde wolvezel is bedekt met schubben die als dakpannen over elkaar liggen. Wol neemt veel meer langzaam vocht op. Deze vezel heeft een geringe treksterkte maar een grote elasticiteit en vormvastheid. Wol heeft een zeer groot warmte-isolerend vermogen en is niet bestand tegen hitte, loog, chloor en een geliefd voedsel voor larven van de mot en de tapijtkever. De bestendigheid tegen zuur, licht en schimmel is goed. 

Wrijfechtheid
De kleuren van textiel mogen niet afgeven. Om dit vast te stellen wordt vaak aangeraden het artikel enige malen stevig langs een wit katoenen lapje te wrijven. Komt de kleurstof van de onderzochte stof op het lapje, dan is de stof niet wrijfecht. 

Mode ABC – Letter V

De letter V

Velvet
Een type fluweel met een zeer dichte pool. 

Verdekte sluiting
Een sluiting waarbij de knopen of de ritssluiting van een kledingstuk niet zichtbaar is wanneer deze dicht is. 

Vervilten
Door de inwerking van vocht, warmte, wrijving en druk schuiven wolvezels in elkaar, waardoor de schubben in elkaar schuiven en aan elkaar haken. De stof krimpt, maar wordt ook steviger en dichter. 

Vichyruit
Brabantsbont. Gingham is een verzamelnaam voor een stof met een geblokte ruitje. Beter bekend voor ons Nederlanders als Brabants bont of Vichy, in rood met wit. Al kende ik het als BB ruitje, vernoemd naar een trouwjurk van Bridgitte Bardot. Origineel was dit een streep, want de naam ontleent zich aan het Maleis genggang wat letterlijk ‘gestreept’ betekent. We hebben het dan wel over de 17e eeuw in Zuidoost Azie, waar wij Nederlanders dit hebben verbasterd schijnbaar naar iets wat lijkt op gangham. In Manchester werd dit opgepikt in een weverij en toen werd het een geruite versie, wat we hedendaags dus nog steeds Gingham noemen. 

Vierkante hals
Een ruime, brede hals belijning die aan de voorkant vierkant is en aan de achterkant meestal in de nek aansluit. 

Viscose
Een kunstmatig verkregen vezel uit plantaardige grondstof. De tot een stroperige vloeistof opgeloste cellulose wordt door een spindop geperst en neemt de vorm van draden aan. Viscose wordt toegepast in voeringen en kledingstoffen. 

Visgraat
Een keperbinding waarbij de rechts- en links opgaande keperlijnen elkaar niet in de spits tegenkomen. 

Vleermuismouw
Een aangeknipte mouw, diep ingezet tussen taille en oksel of zelfs in de taille. De onder mouw sluit ander dan bij kimonomouw, bij de pols aan. 

Voile
Een dunne, open en doorzichtige stof in planbinding van Hoog getwiste garens. 

Vormvast
Kreukherstellend, krimpvrij en plooi houdend. 

Mode ABC – Letter U

De letter U

Uni
Een stof in één kleur heet uni stof. 

Unikko 
bloempatroon. De Unikko stofvan Marimekko is een echte klassieker, ontworpen in 1964 door Maija Isola. 

Unisex
Kleding die zowel door mannen als vrouwen kan worden gedragen. Populair in de jaren zestig en zeventig, ontstaan uit de emancipatiebeweging. 

Mode ABC – Letter T

De letter T

Taillenaad
Een naad halverwege de onderste rib en het heupbeen. De taillenaad is noodzakelijk wanneer  het rokgedeelte geplooid of gerimpeld is of bij een bepaalde dessinverwerking. 

Tregging
Zweeft tussen een broek en legging in. Een variatie daarop is de wegging, die een mis is van jeans en legging. 

Trenchcoat
Sportieve overjas van soepele, waterafstotende stof met jukstukken, epauletten, lummels en ceintuur.

Triangelhals
Piramidevormige hals belijning die voorkomt bij gelegenheidskleding en t-shirts. 

Tricot
Algemene benaming voor fijne breisels. Ook wel jersey genoemd. 

Tuinbroek
Een lange pantalon met aangezet bovenstuk en bretels. Werd oorspronkelijk als werkkleding gedragen. 

Tule
Een stof met zeshoekige openingen, zowel door weven als breien te vervaardigen. Tule wordt gebruikt voor o.a. sluiers. 

Turtle neck
Een klein boordje op een tuin dat net tegen de hals aanligt.

Tuniek
Een (ruimvallende) blouse die tot op de heupen komt me tof zonder ceintuur over een rok of skins jeans wordt gedragen. 

Tweed
Dikke wollen stof van gesponnen garen met gekleurde deeltjes. 

Twijnen
Ineendraaien van twee of meer enkelvoudige garens. Bij het spinnen worden vezels in elkaar gedraaid waardoor ze onderling die meer kunnen verschuiven en een draad vormen. Het om elkaar heen draaien, heet twisten. Om een nog sterkere draad te krijgen, kunnen twee of meer draden nogmaals om elkaar heen gedraaid worden: twijnen van draden. 

Twinset
Een truitje met bijpassend vestje


Mode ABC – Letter P

De letter P


P
aardrijbroek 
Broek met ruime bovenkant en smalle pijpen. Met versteviging bij het zitvlak en binnenkant benen. 

Paisley print 
Perzisch

Pantalon
Nette lange broek, vaak onderdeel van een pak. 

Panamahoed
Deze houden lijken qua vorm op de borsalino alleen zijn zij van de balderen van de carludovica palmtak gevlochten. 

Parka
Overjas van waterafstotende gladde stof die tot even boven de knie reikt. Een parka heeft een capuchon, grote opgestikte zakken een tunnel ceintuur en een uitknoopbare voering/ De sluiting is veelal verdekt aangebracht en aan de onderkant kan deze oorspronkelijk Finse sneeuwcoat meestal met een tunnelkoord wordt n gesloten. 

Pashmina
Pashmina wol is niets minder dan Cashmere wol afkomstig van de buik van een berggeit, het deel waar je de langste, meest zachte en dunste haren kunt vinden. Pashmina wol is dus eigenlijk het mooiste en beste deel van Cashmere wol.

Paspel
De afwerking van stofranden van een zak met een extra strookje stof; meestal van hetzelfde materiaal maar ook zodat deze afwerking als versiering werkt. 

Patchwork
Stof die is samengesteld uit verschillende lapjes stof. 

Peeptoe
Schoenen met open teen.

Patticoat
Is een kledingstuk voor dames dat vooral gedragen werd in de jaren ’50. Het is een onderrok bestaande uit diverse lagen ruime klokkende stof, in eerste instantie van gesteven katoen, later van het toen nieuwe materiaal nul vervaardigd, waardoor de daarover gedragen rok zeer wijd uitstaat. 

Pied-de poule
Een bekend dessin in een versierd weefsel dat doet denken aan een afdruk van kippenpoot. ER zijn veel manieren om dit dessin te weven; men past meestal de kaperbinding toe. Als het dessin groter is wordt het ook wel pied de cocq (hanenpoot) of pied e cygne (zwanenpoot) genoemd. 

Pillbox
Tegenkomt bij een stok met een samenstelling van polyester/ viscose.

Plissé
Een over de volle lengte ingeperste ondiepe plooi. Plissé is ook ene aanduiding voor stoffen voorzien van plissés/plooien. 

Pochette
Is een (tas) stukje stof dient als verfraaiing in de borstzak van een colbert. 

Pofmouw
Een korte bolle mouw aan de onderkant met een koordje of een bandje wordt gesloten. 

Polyacryl
Een synthetische grondstof die door zijn haltervormige dwarsdoorsnede de warmte goed isoleert. Polyacryl heeft een wolachtig karakter en is bijzonder geschikt voor gebreide boven en onderkleding. De grondstof word ook gebruikt voor bontimitaties, sokken, diens en overgordijnen. 

Polyamide
Een synthetische grondstof die als ‘nylon’ grote bekendheid kreeg en als merknaam ook soortnaam is geworden. Door zijn sterkte en elasticiteit bijzonder geschikt voor panty’s. Gevoelig voor zonlicht. Polyamide is grotendeels vervangen door polyacryl en polyester maar wordt nog veel toegepast in voering en elastische stoffen als panty’s. 

Polyester
Een synthetische grondstof die in vergelijking met polyamide beter bestand is tegen licht en beter te stabiliseren valt, waardoor een grotere vormvastheid wordt verkregen. Met wol vermengd wordt polyester gebruikt voor bovenkleding. met katoen vermeld voor overhemden blouses en japonnen. 

Polyurethaan elastomeer (elastan)
Een synthetische grondstof met betere eigenschappen dan rubber. Het materiaal is elastischer dan rubber en kan in dunnere vorm toegepast worden. 

Poncho
Een rechthoekige doek met in het midden een gat om het hoofd door te steken. Werd oorspronkelijk voornamelijk gedragen in Zuid-Amerika. 

Portfolio
Tas voor documenten. 

Prêt-à porter
Betekent letterlijk ‘klaar om te dragen’. Grote modeontwerpers maken naast een exclusieve couturelijn ook aaltijd een prêt-à porter collectie voor het grote publiek. 

Prinsessenlijn
Lijn waarbij in een mantel of jurk in de lengterichting stiksels of naden zijn aangebracht die doorlopen tot de onderkant van het kledingstuk. De draagster lijkt hierdoor langer, soms ook slanker. 

Pukkel 
Schooltas. Vanaf 1945 kwam e zogenaamde pukkel ook in gebruik, een canvas schoudertas, oorspronkelijk gedragen door de Amerikaanse bevrijders. 

Pump
Schoen met hak die net niet tot de naaldhak wordt gerekend. 


Mode ABC – Letter R

De letter R

Racerback
Een Racerback is wanneer de bandjes van een hemd of jurk op de achterkant tussen de schouderbladen bij elkaar komen. 

Raglan
De naad die mouwdeel en schouderstuk met het voor en/of achterpand verbindt. Je zie dan op de bovenkant van de schouder geen naad. De naad van de mouw loopt door tot de halslijn. 

Rayon
Kunstzijde is de populaire benaming voor rayon, tegenwoordig meestal aangeduid met de modernere naam viscose. Het is een kunstmatig vervaardigde vezel op basis van een natuurlijke grondstof, cellulose, die bijvoorbeeld wordt gewonnen uit houtpulp. Viscose draagt net zo prettig aalkatoen terwijl de stof zachter en soepeler is en zijdeachtig aanvoelt. Aan die laatste eigenschap dankt de vezel de bijnaam kunstzijde. Er zijn echter ook belangrijke nadelen. In natte toestand halveert de mechanische sterkte van de veel en daarom mag kunstzijde niet door wrijven of borstelen worden gewassen en evenmin worden uitgewrongen. De vezel is bovendien heel erg kleurgevoelig en daarom wordt deze in de pure vorm vrijwel niet meer gebruikt. Door veredeling, speciale weeftechnieken en vooral door menging met synthetische vezels, zoals polyester, is men er mettertijd in geslaagd de eigenschappen drastisch te verbeteren. Geheel kreukvrij zijn stoffen waarin een belangrijk percentage viscose is verwerkt, echter nooit. 

Reticule
Voorloper op de handtas

Ribfluweel
Een inslagpoolweefsel met een lengte-rib effect. Het aantal ribbels of ‘wales’ per cm bepaald de benaming van het ribfluweel of word, zoals babyroy, tinneroy, corduroy en wide wale.

Rolzoom
Een zoom waarbij de rafelrand wordt opgerold en doorgestikt of niet zichtbaar wordt vastgezet.

Ronde hals
Een halsbelijning waarbij de halsopening in het kledingstuk rondom aan de hals aansluit.

Mode ABC – Letter S

De letter S

Safari-jasje
Ruim over de heupen vallend sportief jasje, met safaristijl kenmerken; opgestikte kleizakken, schouderstuk en een brede ceintuur. Een safari-jasje wordt van vrij zwarte katoenen stoffen gemaakt. 

Salopette
Pak om in de tuin te werken.

Satijn
Algemene benaming voor gladde en dicht geweven stoffen in satijnbinding. De draden in de lengte zijn hand e goede kant meer zichtbaar dan de breedte draden waardoor een glaseffect ontstaat. Het is dus geen stofsoort. 

Scheerwol
De wol die verkregen wordt door schapen te scheren. Scheerwol is ook de uitdrukking voor wol die voor de eerste maal gebruikt wordt. 

Scheurwol
De wol die herwonnen wordt (gescheurd) uit gebruikte textielartikelen. 

Schuin van de draad
Als een kledingstuk schuin en niet recht uit stof wordt geknipt, valt het anders en krijg je meer rek in de stof. 

Schotste ruit
Aanduiding voor ruiten die bij Schotse families (de çlan checks) of bij  Schotse streken (district checks) horen. Dit zijn ruiten die ontstaan door verschillende kleuren garen in lengte en breedterichting te gebruiken. De meest voorkomende kleuren zijn groen, rood, blauw en wit. 

Schoudervulling
Een schoudervulling is opvulling in kleding bij zoveel dames als heren. Door het gebruik van schoudervullingen lijk en de schouders breder en krijgt de kleding vaak een mooiere pasvorm. Het gebruik was populair in de jaren 80 en nu weer terug van weggeweest. 

Shapewear
Corrigerende onderbroekjes, onderjurken en push-upbeha’s. Met andere woorden; lingerie die je slanker doet lijken. 

Short
Korte versie van de broek, valt tot net onder de bil of tot halverwege het bovenbeen. 

Single breasted
Een sluiting op een colbert of jas met één rij knopen. 

Singlet
Kort, mouwloos onderhemd van elastische stof.

Sjaalkraag
Een kraag voor over- en bovenkleding die met de revers uit één deel bestaat. 

Skort
Een korte rok en short in een.

Sleehak
De hak loopt door naar het voorste gedeelte van de zool en vormt zo een soort slede. 

Slingback
Een schoen met een riempje over de hiel.

Skinny jeans
Kortweg skinny’s zijn strakke broeken, die sinds 2005 veel in het modebeeld te zien zijn. Deze broek kenmerkt zich doordat de broek zo strak zit dat het eruit ziet als een tweede huid. 

Sneaker
sportschoen

Steekzak
De meest voorkomende zak in broeken. De steekzak wordt schuin geplaatst in het voorpand of recht in de zijnaad verwerkt. 

Stofceintuur
Een ceintuur die van dezelfde stof is gemaakt als het kledingstuk waarop deze wordt gedragen. 

Stolpplooi
Een inspringende plooi: deze naar binnen vallende plooi wordt o.a. toegepast in rugpanden en opgestikte zakken. Een stoepplooi bestaat uit twee platte plooien die om en om tegengesteld zijn geperst. 

Stone washed (jeans)
Een spijkerbroek die is gewassen (en gebleekt) in een bad waaraan lavastenen zijn toegevoegd. Zo wordt op kunstmatige wijze een versleten uiterlijk verkregen. 

Strapless
Kledingstuk zonder schouderbandjes of schouderbedekking. 

Strass
Bijzonder soort glas waarmee imitatie edelstenen worden gemaakt, die men gebruikt voor versiering van kleding. 

Suavebroek
Een wijder vallende broek met een laag kruis die tot je knieën valt. Deze broek heeft meestal een overslag midden voor en elastiek aan de bovenkant. De broek is aansluitend bij de enkels. 

Suède
Een leerstof waarvan de vleeszijde van de huid zo wordt afgewerkt dat een veloursachtig uiterlijk ontstaat. 

Swagger
Kledingstijl.